Interview met Peter Nuyten Illustratief vormgever

Vertel eens wat over je werk

“Illustratief vormgever. Zo noem ik mezelf. Ik maak veel educatieve en historische tekeningen. Ik heb een opleiding tot grafisch vormgever met als bijvak illustratie gevolgd. Ik denk filmisch en houd van verhalen en ook tekenen zit er van kleins af aan in. Dat, gecombineerd met mijn grote interesse voor geschiedenis heeft ervoor gezorgd dat ik doe wat ik nu doe. Het begon allemaal met die ene tekening die ik voor een aannemersbedrijf maakte. Toen dacht ik: hé, misschien kan ik hier echt wat mee. Van het een kwam het ander en mijn bijdrage aan het jeugdboek Tipi’s, totems en tomahawks over de geschiedenis van Noord-Amerika heeft het allemaal in een stroomversnelling gebracht.”

Wat moet je goed kunnen als illustrator?

“Natuurlijk moet je goed kunnen tekenen, vormgeven en met kleuren kunnen omgaan. Maar je ziet nu ook veel illustratoren die dat eigenlijk niet zo goed kunnen. Doen ze alles met de computer en ziet het er best goed uit, hoor. Maar vraag je dan of ze iets met de hand kunnen schetsen, dan kunnen ze het niet. Als vakman is het belangrijk dat je een goede basis hebt. Als je je werk alleen maar op een computer kunt doen, ben je daarvan afhankelijk. Maar je moet natuurlijk meer kunnen dan alleen goede tekeningen maken. Illustratoren zijn tegenwoordig een soort manusjes-van-alles. Je moet lef hebben, sociaal zijn, jezelf kunnen presenteren. Maar het allerbelangrijkste is dat je kennis van zaken hebt. Mijn grootste specialisme is denk ik dat ik aanvoel wat een plaat of een plaatje moet uitstralen: een verhaal.”

Hoe heb jij je ontwikkeld?

“Ik ben uitgegaan van waar mijn interesses liggen. Vroeger wilde ik eigenlijk archeoloog worden. Maar de kaarten lagen op dat moment zo dat ik bij Philips in de administratie terechtkwam. Ik had wel het voordeel dat ik zo al vroeg met digitalisering in aanraking kon komen. We kregen een cursus om met de ‘terminal’ te leren werken. Ze zeiden toen al: dit wordt groot. Ze kregen gelijk. De digitale wereld biedt ook veel voordelen. Ik maak er volop gebruik van. Ik heb inmiddels aan veel boeken meegewerkt, van educatief tot kinderboek tot historische reconstructies. Maar ik heb ook heel lang strips bij de Libelle voor Jan, Jans en de kinderen getekend. Tegenwoordig maak ik mijn eigen strips en niet zonder succes. Nee, ik ben geen kunstenaar. Het werk dat ik maak is vooral toegepast werk. En dat vind ik ook het prettigst. Vanuit mijn belangstelling voor militair-historische onderwerpen heb ik ook van alles op dat gebied gedaan. Van de Romeinse geschiedenis tot Uruzgan. Hoe weet hij dat, vragen ze dan. Hij was er toch niet bij? Maar zo voelt het voor mij wel. Ik doe veel research en er zit ook veel in mijn hoofd. Ja, eigenlijk ben ik die archeoloog toch een beetje geworden, via mijn illustraties.”

Hoe verandert digitalisering jouw vak?

“Het verandert enorm. Je werk wordt steeds vaker anders gebruikt dan vroeger. Zo vroeg ik me af hoe we met het vertonen van afbeeldingen omgaan. Bij de uitgave van een boek weet je hoeveel ervan gemaakt worden. Bij vertoningen van je werk in de klas weet je dat niet, terwijl mijn werk wel steeds gebruikt kan worden. Pictoright, een stichting die opkomt voor de belangen van ons als beeldmakers, doet hier onderzoek naar. Samen met andere auteursrechtenorganisaties zorgen ze ervoor dat wij een vergoeding krijgen voor dit gebruik in de klas. Goed geregeld.”

Wat betekent auteursrecht voor jou?

“Auteursrecht speelt een belangrijke rol. Dat heeft onder andere met digitalisering te maken. Je werk wordt makkelijker gebruikt zonder dat er een vergoeding tegenover staat. Dat snappen mensen niet altijd. Ik zeg dan: ik lever geen massaproducten. Ik maak elke dag wat anders. Iets wat niet lijkt op dat van de dag ervoor. Ik ben toch geen bakker die elke dag hetzelfde brood bakt? Gelukkig zijn er dus partijen die zich hier sterk voor maken. Zonder het exclusieve recht op je eigen werk zou de zekerheid voor ons wegvallen. Daarom spelen de vergoedingen voor het gebruik van je werk ook een belangrijke rol. Ook het gebruik waar je geen zicht op hebt, zoals digitale kopieën.”